
"Mevrouw, mag ik u wat vragen"
“Mevrouw, mag ik u wat vragen…? Waarom is het leven zo zwaar?”
Soms, juist wanneer je planning anders loopt dan gedacht, ontstaan de meest bijzondere ontmoetingen.
Afgelopen week ging ik naar het dierenasiel om kittenmelk te halen. Al jaren vang ik kittens op die zonder moeder worden gevonden of gedumpt. Normaal combineer ik dat met een autorit, maar dit keer was het zó mooi weer dat ik besloot op de fiets te gaan. Onderweg bedacht ik dat ik nog sesamzaad nodig had bij de toko—dat kon ik mooi op de terugweg doen.
Zo gezegd, zo gedaan. Ik zette mijn fiets op slot en zag vanuit mijn ooghoek een jongen tegen de pui leunen. Terwijl ik langs hem liep, vroeg hij:
“Mevrouw, mag ik u wat vragen?”
“Ja, natuurlijk,” zei ik, terwijl ik mijn zonnebril afzette.
Zijn vraag raakte me direct:
“Waarom is het leven zo zwaar?”
In een fractie van een seconde schoten er allerlei gedachten door me heen.
Ja jongen, het leven is soms zwaar… wen er maar aan.
Hoe ouder je wordt, hoe meer zorgen je krijgt.
Waarom stelt hij deze vraag op zo’n jonge leeftijd?
Heeft hij niemand om mee te praten?
Waarom vraagt hij dit juist aan mij?
Maar in plaats van al die gedachten te volgen, stelde ik hem één simpele vraag: “Heb je het moeilijk?”
We raakten in gesprek. Hij vertelde over zijn vader die invalide is, een moeder die de Nederlandse taal niet spreekt, en drie jongere zusjes voor wie hij zich verantwoordelijk voelt. Als oudste zoon draagt hij een last die eigenlijk niet bij zijn leeftijd past. Hij zit klem tussen twee werelden: de “vrije” Nederlandse cultuur en de verwachtingen vanuit zijn gezin van herkomst.
Terwijl ik naar hem luisterde, dacht ik aan mijn eigen zoon, met zijn Nederlandse en Iraanse roots. Hoe belangrijk het is om jezelf te mogen zijn, zonder druk of oordeel. En hoe waardevol een open band is, waarin alles bespreekbaar is.
Dat is wat ik deze jongen ook zo gun.
Na ons gesprek gaf ik hem wat tips waar hij eventueel hulp zou kunnen vinden. We rondden af. Beleefd stak hij zijn hand uit om me te bedanken. Ik vroeg: “Wil je een knuffel?”
Hij zei volmondig ja.
Even stonden we daar, twee vreemden, die elkaar waarschijnlijk nooit meer zullen zien, maar voor een moment echt met elkaar verbonden waren.
En precies daar raakt dit ook aan systemisch werk.
Wat deze jongen draagt, is niet alleen van hem. Binnen een familiesysteem nemen kinderen, vaak onbewust, rollen en verantwoordelijkheden op zich die eigenlijk bij de ouders horen. Uit liefde, uit loyaliteit. Hij zorgt, draagt, houdt het gezin bij elkaar. Maar daarin verliest hij ook een stukje van zijn eigen plek als kind.
In systemisch werk kijken we naar die onzichtbare dynamieken. Naar wat van jou is… en wat je misschien bent gaan dragen voor een ander. Want pas wanneer iedereen weer op zijn eigen plek staat, ontstaat er ruimte. Ruimte om te ademen, om te leven, om weer een beetje lichter te worden.
Soms begint dat met iets kleins. Een vraag. Een luisterend oor. Of simpelweg.....een knuffel.
