
Ubuntu, menselijkheid kent geen grenzen
Zodra je het nieuws opent, word je overspoeld met schrijnende berichten over asielzoekers in Nederland. Filmpjes waarin niet alleen haat wordt geuit richting mensen die hier veiligheid zoeken, maar ook richting agenten die simpelweg hun werk doen. Woorden worden wapens. Grenzen worden overschreden. Menselijkheid lijkt soms ver weg.
Wat mij misschien nog het meest raakt, is hoe ver we zijn afgedwaald van compassie. Dat we een ander, wie dan ook, iets verschrikkelijks kunnen toewensen. Wat zegt dat over ons? Recent las ik het boek De lessen van Ubuntu van Mungi Ngomane, kleindochter van Desmond Tutu. Ubuntu betekent: “Ik ben omdat wij zijn.”
Of zoals een Afrikaans gezegde luidt: “Wijzen bouwen bruggen, dwazen bouwen muren.”
En ook in Nederland kennen we een waarheid die hier naadloos op aansluit: “Onbekend maakt onbemind.”
Onze samenleving wordt steeds diverser. Dat vraagt iets van ons allemaal. Meebewegen. Openstaan. Durven kijken voorbij onze eigen referentiekaders. Want laten we eerlijk zijn: het feit dat jij in Nederland bent geboren, in relatieve veiligheid en vrijheid, maakt jou niet méér waard dan iemand die dat geluk niet heeft gehad. Iemand die moet vluchten. Die alles achterlaat. Die een gevaarlijke reis maakt. Die aankomt in een vreemd land, zonder zekerheid, maar met hoop.
Vanuit systemisch werk weten we: uitsluiting werkt door. Altijd. Wanneer groepen mensen, in dit geval asielzoekers, worden buitengesloten, weggezet of ontmenselijkt, ontstaat er spanning in het grotere geheel. In het systeem waar wij allemaal onderdeel van zijn. Die spanning zoekt een weg naar buiten: via polarisatie, angst, agressie.
Systemisch gezien is de vraag dus niet alleen: wat doen zij? Maar vooral: wie of wat krijgt er geen plek? En misschien nog confronterender: wat in onszelf willen we eigenlijk niet zien, waardoor we het buiten ons plaatsen? Ja, er zijn mensen die hier komen voor een betere economische toekomst. Maar stel jezelf eens eerlijk de vraag: als jij jouw kinderen een veiliger of beter leven kon geven, zou jij dat niet doen?
Daarnaast: ook binnen onze “eigen” groep zijn er mensen die zich grensoverschrijdend gedragen. Menselijkheid is niet gebonden aan nationaliteit, net zomin als onmenselijkheid dat is. Ik woon inmiddels drie jaar vlak bij een AZC. Mijn ervaringen? Minder overlast dan van sommige Nederlandse buren. Dat zegt genoeg.
Wat zou er gebeuren als we weer wat meer in verbinding gaan? Maak eens een praatje. Ga eens ergens eten wat je niet kent. Bezoek eens een open dag van een AZC. Je zult merken: we delen meer dan we denken. Systemisch gezien herstellen we daarmee iets essentieels: we geven de ander weer een plek in het geheel. En daarmee ook onszelf. Want uiteindelijk zijn we allemaal onderdeel van dezelfde menselijke familie. Verbonden, of we dat nu willen zien of niet. Laten we dus bruggen bouwen in plaats van muren. Laten we weer leren kijken met zachtheid.
Ubuntu: Ik ben omdat wij zijn.
