Wat als scheiden "lijden" wordt!

Wat als scheiden "lijden" wordt!

Tegenwoordig eindigt 1 op de 3 huwelijken in een scheiding, en de helft daarvan betreft gezinnen met minderjarige kinderen. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor de impact hiervan op zowel ouders als kinderen. Want een scheiding stopt niet bij het verbreken van een relatie, het werkt door, vaak generaties lang. 

Een kind zal altijd verdriet ervaren als ouders uit elkaar gaan. Ieder kind wil gewoon graag zijn ouders bij elkaar. Maar kinderen zijn ook veerkrachtig. Zolang ouders respectvol en betrokken blijven is goed uit elkaar gaan mogelijk. 

Mijn eigen eerste ervaring was helaas anders. 

Zelf was ik vijf jaar oud toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ik bleef bij mijn moeder en we verhuisden naar een kleine sociale huurwoning. Mijn vader huurde in die tijd een zolderkamer. Het contact met hem was er nauwelijks in het begin. Mijn moeder zat diep in een depressie, na het verlies van mijn broer én het vertrek van mijn vader. Mijn oma ving mij grotendeels op. Van mijn jeugd tot een jaar of tien heb ik weinig herinneringen. Alsof mijn systeem besloot: dit is te veel, dit slaan we op voor later. 

Mijn ouders hebben elkaar na de scheiding nog maar één keer gezien, op mijn trouwdag. Op veilige afstand van elkaar. 

Toen mijn vader later een eigen woning kreeg, ging ik eens in de twee weken een weekend naar hem toe. Mijn moeder zwaaide me niet uit. De pijn en boosheid tussen hen waren voelbaar, ook al werd er niet altijd over gesproken. Als kind laveerde ik daartussen: bij mijn vader sprak ik niet over mijn moeder, en andersom ook niet. Er waren geen gezamenlijke ouderavonden, geen gedeelde momenten. Ik werd een stil, braaf kind. Eentje waar niemand zich zorgen over hoefde te maken. Tenminste… dat leek zo. 

Wat er van binnen gebeurde, was iets anders. Ik ontwikkelde een sterk “please”-gedrag. Afstemmen, aanpassen, zorgen dat het goed ging met de ander, om zelf te kunnen blijven bestaan binnen de situatie. Dat gedrag hielp me als kind te overleven. Maar als volwassene begon het me tegen te werken. 

Onbewust trok ik relaties aan die niet gezond voor me waren. Mijn diepe overtuiging: ik doe het anders dan mijn ouders. Ik ga dit niet laten mislukken. Dus toen mijn toenmalige partner wilde trouwen terwijl ik zwanger was, zei ik ja. Niet vanuit een diep innerlijk weten, maar vanuit een oud patroon. Al snel bleek de relatie niet houdbaar. Toch bleef ik. Want scheiden? Dat zou betekenen dat ik zou worden zoals mijn ouders. En dat wilde ik koste wat kost voorkomen. Tot het leven anders besliste. 

Ik was 28 toen mijn moeder overleed aan kanker. Mijn rots viel weg. Ik had een dochter van vier, een zoontje van tweeënhalf en een huwelijk dat al lang niet meer klopte. Vier weken na haar overlijden moest ik van mijn partner “weer door”. Mijn lichaam dacht daar anders over. Mijn gewrichten begonnen hevig pijn te doen, lopen werd moeilijk. Na een lange zoektocht kwam de diagnose: reumatoïde artritis. Voor mij was dat een keerpunt. Mijn lichaam liet zien wat ik al die tijd had weggedrukt. Als ik niet zou kiezen voor mezelf, zou ik eraan onderdoor gaan.

 De scheiding was zwaar. Er waren bedreigingen, angst, onzekerheid. Mijn kinderen hebben daarin veel meegemaakt. Achteraf zie ik ook dat mijn dochter te veel verantwoordelijkheid heeft gedragen, vooral in de tijd dat ze bij hun vader waren. Wat ik wél altijd heb geprobeerd, is mijn kinderen vrij te houden van de strijd. Ik vertelde hen dat hun vader van hen hield, op zijn eigen manier. En dat het nooit hun schuld was.

Inmiddels zijn mijn kinderen volwassen en hebben ze hun eigen weg en visie ontwikkeld. En hoe bijzonder: na alles wat er is geweest, kunnen mijn ex-partner en ik tegenwoordig weer in dezelfde ruimte zijn met wat ons verbindt, onze kinderen. 

Vanuit systemisch perspectief kijk ik nu met andere ogen naar mijn verhaal. Als kind nam ik onbewust een plek in die niet van mij was. Ik voelde de pijn van mijn moeder, de afwezigheid van mijn vader, en probeerde dat te balanceren door me aan te passen. Mijn loyaliteit werd gesplitst, en dus splitste ik mezelf. 

In systemisch werk noemen we dat verstrikking: wanneer een kind iets draagt wat eigenlijk bij de ouders hoort. Mijn “please”-gedrag was geen zwakte. Het was een overlevingsstrategie. Een liefdevolle poging van een kind om erbij te blijven horen. Maar wat je als kind doet om te overleven, kan je als volwassene belemmeren om echt te leven. De beweging zit in het teruggeven. In het erkennen: dit hoort bij jullie, en ik ben de kleine. 

In het opnieuw innemen van je eigen plek. En precies daar ontstaat ruimte. Voor jezelf. Voor andere keuzes. Voor gezonde relaties. Voor een andere dynamiek, ook richting de volgende generatie. 

Want het mooiste wat je je kinderen kunt geven, is niet een perfect leven, maar een ouder die bereid is te kijken, te voelen en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen plek in het systeem. 

Herken jij jezelf in patronen die je eigenlijk niet meer dienen? Grote kans dat ze ooit zijn ontstaan vanuit liefde. En dat betekent ook: je kunt ze, stap voor stap, weer loslaten.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.